Seizoenskoken

Bramen zijn nu op hun lekkerst

· 6 min leestijd

Loop je nu langs een braamstruik, dan zie je het meteen: de vruchten hangen er dik bij en zijn eindelijk echt rijp. Bramen zijn de hele zomer bezig met kleuren, van groen naar rood naar diepzwart, maar pas eind augustus en in september smaken ze zoals ze horen te smaken. Zoet, sappig, met net genoeg zuur om spannend te blijven.

Waarom deze weken het verschil maken

Een braam die te vroeg geplukt wordt, is zuur en houterig. Dat komt doordat de vrucht pas in de laatste weken van het rijpingsproces suikers opbouwt. Struiken die in de volle zon staan, leveren nu de zoetste oogst, terwijl bramen in de schaduw vaak nog een paar dagen langer nodig hebben. Wil je zeker weten dat je de beste smaak te pakken hebt, proef dan gerust eentje voordat je een hele bak vol plukt.

Net als bij kersen en doperwten geldt: het seizoen is kort. Zodra de nachten kouder worden, verdroogt de struik en zijn de laatste vruchten vaak te hard of beschimmeld voordat je er erg in hebt.

Zo herken je een rijpe braam

Een rijpe braam is diep zwartpaars en glanst licht. Trek je eraan en komt hij moeiteloos van het steeltje los, dan is hij klaar om gegeten te worden. Moet je trekken of voelt de vrucht nog stevig aan, laat hem dan nog een paar dagen hangen. Rode of roze bramen zijn onrijp en smaken vooral wrang, ook al zien ze er op het eerste gezicht al aardig uit.

Let ook op de ondergrond: bramen die op de bodem van je bakje al een beetje nat aanvoelen, zijn aan het overrijpen en moet je snel verwerken. Vers geplukte bramen houden zich in de koelkast maar twee tot drie dagen goed.

Waar je in Nederland kunt plukken

Bramen groeien overal in het wild, langs fietspaden, bosranden en spoordijken. Volgens de gewone braam op Wikipedia is de plant zo algemeen in Nederland dat je zelden ver hoeft te lopen om een volle struik te vinden. Pluk niet vlak langs drukke wegen, waar uitlaatgassen op de vruchten neerslaan, en vermijd struiken die duidelijk behandeld zijn in tuinen of parken. Neem een schaar of tuinhandschoenen mee: braamstruiken hebben stevige doorns en die win je nooit met blote handen.

Dit maak je ermee

Het simpelste is een schaal bramen met een beetje yoghurt of kwark, maar er kan veel meer. Een bramenjam op laag vuur met wat citroensap houdt maandenlang, en is precies het soort inmaak waar je in januari nog blij van wordt. Wil je bakken, dan is een bramentaart met een korstje van havermout een makkelijke tussendoor-optie. Voor wie liever iets fris maakt: kook bramen kort in met suiker en azijn tot een shrub, en meng die met bruisend water voor een zomerse drank die tot ver in de herfst werkt.

Combineer bramen ook eens met wat je nog in de koelkast hebt liggen. Wie eerder deze zomer al rabarber heeft verwerkt, weet dat de combinatie van zuur fruit met een romige laag altijd werkt. Vervang de rabarber gerust door bramen in dezelfde crumble of taart, en je hebt zo een herfstversie van hetzelfde recept.

Bewaren voor de winter

Heb je meer geplukt dan je in een paar dagen op krijgt, invries is de makkelijkste oplossing. Leg de bramen los op een bakplaat in de vriezer, zodat ze niet aan elkaar plakken, en schep ze daarna in een diepvrieszak. Zo bewaar je ze tot tien maanden en kun je ze zo weer uit de zak in een smoothie of over de pap strooien. Volgens het Voedingscentrum leveren bramen ook nog eens veel vezels en vitamine C, dus een portie in de winter is meer dan alleen lekker.

Nu plukken, straks spijt

Over een paar weken is het voorbij. De struiken raken kaal, de laatste vruchten worden hard of beschimmeld, en dan moet je weer een jaar wachten. Neem dus deze week nog een tas mee op je wandeling, of loop bewust langs een plek waar je weet dat er bramen groeien. Het kost je een half uur en je hebt er wekenlang plezier van, in de schaal, in de taart of in de vriezer.

S
Geschreven door Samira Benali Voeding redacteur

Samira studeerde voedingstechnologie aan de HAS Hogeschool en ontdekte tijdens haar studie dat de wetenschap achter voeding minstens zo fascinerend is als het koken zelf. Ze combineert die wetenschappelijke achtergrond met een oprechte liefde voor lekker eten en bewijst in elk artikel dat gezond koken niet saai, smakeloos of ingewikkeld hoeft te zijn. Haar Marokkaans-Nederlandse achtergrond geeft haar recepten en voedingsadviezen een eigen karakter, met kruiden en smaken die je niet in een standaard dieetboek vindt. Samira ergert zich aan voedingsmythes en pseudowetenschap en maakt er een sport van om die met feiten en humor te ontkrachten. Ze gelooft dat de sleutel tot gezond eten niet ligt in strenge regels maar in kennis, plezier en een goed gevulde kruidenla.